6 februari 2016
6 februari 2016
Er viel eigenlijk niks mijn kant op vandaag. Ik speelde niet super, maar creëerde echt wel wat birdiekansen. Op hole twee heb ik een birdiekans van een meter of drie maar die glijdt er naast. Op zeven glijdt die er naast, ook van een meter of drie. Op de back-nine sla ik ook een paar goede putts, misschien van iets verder, van vijf of zes meter, maar dan mag er best iets vallen en dat gebeurde niet. Zeker als je ziet dat bij Sullivan wel alles viel, dat is het verschil.
Het lange spel was vandaag niet superscherp. Maar ik doe ook weinig fout. Ik mis twee greens, dat waren dan ook gelijk twee bogeys omdat ik mijn par putt niet maak. Op zes mis ik de green aan de verkeerde kant. Dat zijn net die twee slagen die je nodig hebt voor een hele goede top-5 notering.
Het verschil wordt bovenin veel sterker uitvergroot. Als je dertigste wordt maakt een slag niet zoveel uit, in geld of punten voor de wereldranglijst, maar als je bovenin meedraait maakt elke slag een enorm verschil. Het is dan jammer dat het vandaag net niet helemaal lekker liep.
Ik ben meer dan een maand op pad geweest en kijk er naar uit om naar huis te gaan om me op te laden en te trainen met mijn coaches. Daarna gaan we deze lijn doortrekken in Maleisië. Het enige wat ik kan doen is mezelf op zondag elke keer een kans geven om het toernooi te winnen. Dan gaat het vanzelf een keer mijn kant opvallen. Helaas viel het in de woestijn net niet mijn kant op, maar dat gaat omkeren!
Natuurlijk wil je altijd winnen, maar met een mooie derde plaats in het India Open was ik ook zeker tevreden.
Een toernooi over 54 holes zoals in Singapore is een beetje een sprint en ik kwam veel te laat op gang voor een topnotering.
Ik kijk met een goed gevoel terug op de eerste drie toernooien van dit jaar, zeker omdat we op banen speelden die niet tot mijn favorieten behoren.