4 oktober 2020
4 oktober 2020
Ik speelde een solide laatste ronde 68 (-3) in het Schots Open, toch stapte ik met een ontevreden gevoel van de baan af. Ik maakte vijf birdies op The Renaissance Club maar liet ook flink wat kansen liggen. En de twee bogeys waren een beetje onnodig want allebei met een 3-putt. Uiteindelijk eindig ik op de negentiende plaats, niet heel slecht in een Rolex Series toernooi maar er had gewoon meer ingezeten. Na twee dagen stond ik er prima voor, zaterdag leverde ik in noodweer te veel in. Ik heb zelden in zwaardere omstandigheden gespeeld, het was koud en zeik en zeiknat, ik was tot aan mijn onderbroek doorweekt. Ik had twee regenhandschoenen aan, maar op de tweede negen hield ik het niet meer bij elkaar. Een dure dubbel-bogey op hole 11 en daarna nog drie bogeys voor een ronde 76. Dat was heel teleurstellend, vooral ook omdat mijn swing weer steeds beter en constanter voelt. Vorige week elfde in het Iers Open en nu een negentiende plaats in een vrij sterk bezet toernooi, het gaat absoluut de goede kant op. Het is nu zaak de puntjes op de i te zetten zodat ik weer echt kan meedoen om de overwinning.
Ik vlieg zondagavond naar huis om even uit de coronabubbel van de European Tour te zijn. Dinsdagochtend vroeg ga ik naar Engeland voor het BMW PGA Championship, een Rolex Series toernooi op de West Course van Wentworth, een baan die ik natuurlijk heel goed ken.
Natuurlijk wil je altijd winnen, maar met een mooie derde plaats in het India Open was ik ook zeker tevreden.
Een toernooi over 54 holes zoals in Singapore is een beetje een sprint en ik kwam veel te laat op gang voor een topnotering.
Ik kijk met een goed gevoel terug op de eerste drie toernooien van dit jaar, zeker omdat we op banen speelden die niet tot mijn favorieten behoren.